ECLI:NL:RBROT:2022:10808

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2022
Publicatiedatum
9 december 2022
Zaaknummer
9982843
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling van het positieve contractsbelang inzake levering telecomdiensten

De zaak betreft een geschil over de betaling van telecomdiensten geleverd aan een horecagelegenheid. De gedaagde had het café overgenomen en daarmee ook een contract met eiseres voor levering van telefonie en internetdiensten. Hoewel de gedaagde stelde het contract telefonisch te hebben opgezegd en de handtekening op het contractovernameformulier niet van hem te zijn, oordeelde de rechter dat hij het formulier wel had ingevuld en conform de overeenkomst had gehandeld.

De rechter wees het verweer van de gedaagde af omdat hij een jaar lang volgens de contractuele afspraken had gehandeld en eiseres een legitimatiebewijs had ontvangen ter verificatie. De onbetaalde facturen voor de periode na februari 2021, inclusief een afkoopsom voor de resterende contractduur tot februari 2024, werden als verschuldigd vastgesteld.

Daarnaast werden de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het totale bedrag van €5.722,96 plus rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een betalingsregeling kon niet worden opgelegd zonder instemming van eiseres.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.722,96 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9982843 \ CV EXPL 22-20539
datum uitspraak: 18 november 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] ., voorheen genaamd
[voormalige naam eiseres01] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: J.J. Sikkema,
tegen
[gedaagde01], die handelt onder de naam
[horecagelegenheid01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: de heer [gemachtigde01] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 juni 2022, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge verweer van [gedaagde01] ;
  • de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 21 oktober 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam01] , juridisch medewerker bij [eiseres01] , en de heer [gedaagde01] , bijgestaan door de heer [gemachtigde01] als gemachtigde.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde01] exploiteert een café aan de [adres01] te Rotterdam (hierna: ‘het café’). Hij heeft het café overgenomen van de heer [naam02] (hierna: ‘ [naam02] ’) in december 2019.
2.2.
[naam02] heeft op 30 maart 2018 een overeenkomst voor de levering van telefonie, internet en service aan het café door [eiseres01] (destijds nog [voormalige naam eiseres01] . genaamd), verlengd voor de duur van vijf jaar. Op het orderformulier dat daartoe is ondertekend, is 1 februari 2019 als ‘huidige einddatum’ genoemd. Deze datum is dus met vijf jaar verlengd tot 1 februari 2024.
2.3.
In de algemene voorwaarden die op deze overeenkomst van toepassing zijn, is onder meer het volgende opgenomen:
Artikel 5 – Niet-tijdige betaling
[…]
5.2.
Belcentrale behoudt zich het recht voor om tot buitengebruikstelling over te gaan zonder ingebrekestelling of mededeling wanneer de Klant de factuur niet binnen de door Belcentrale gestelde termijn betaalt, haar overboeking ongedaan maakt of er gerede twijfel bestaat aan haar betaalcapaciteit. Klant dient Belcentrale onmiddellijk op de hoogte te stellen indien zo een (soortgelijke) situatie zich voordoet. Daarnaast is Belcentrale gerechtigd het gehele factuurbedrag onmiddellijk en integraal op te eisen en/of tot ontbinding van de Overeenkomst over te gaan. Bij een beëindiging is de klant verplicht de vaste, periodieke kosten van de nog resterende periode van de Overeenkomst te voldoen, waarbij de Klant geen rechten kan ontlenen aan enige voorgaande toegekende kortingen.
2.4.
Op 2 januari 2020 hebben [gedaagde01] (als nieuwe contractant) en [naam02] (als huidige contractant) een contractovernameformulier ingevuld. Op dit formulier is onder meer vermeld dat de nieuwe contractant het contract van de huidige contractant zal voortzetten en dat de nieuwe contractant verklaart akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Belcentrale zoals die voorafgaand aan ondertekening zijn overhandigd en te vinden zijn op voorwaarden. [voormalige naam eiseres01] .nl. Het formulier is namens beide partijen ondertekend.
2.5.
Medio februari 2021 heeft [gedaagde01] [eiseres01] gebeld en aangegeven dat hij geen diensten meer wilde afnemen. Daarna heeft hij een internetabonnement bij Ziggo afgesloten.
2.6.
[gedaagde01] heeft de facturen van [eiseres01] voor de maanden februari en maart 2021 ten bedrage van elk € 142,54 onbetaald gelaten. Ook de factuur met de afkoopsom betreffende de periode van april 2021 tot en met januari 2024 ten bedrage van € 4.041,64 en de factuur van 29 maart 2021 ten bedrage van € 456,47 heeft [gedaagde01] onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres01] eist samengevat:
  • [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 5.722,96, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 4.710,59 vanaf 10 juni 2022;
  • [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 4.710,59, rente van € 416,31 (berekend tot en met 9 juni 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 596,06.
3.2.
[eiseres01] baseert de eis op het feit dat [gedaagde01] op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst gehouden is de aan hem toegezonden facturen te voldoen. Op grond van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden heeft [eiseres01] immers het recht om over te gaan tot opeising van het positieve contractsbelang wanneer [gedaagde01] een factuur niet betaalt.
3.3.
[gedaagde01] is het niet eens met de eis en voert aan dat hij het contract telefonisch heeft stopgezet en dat de handtekening onder het contractovernameformulier niet van hem is. Als gevolg van de maatregelen in verband met de coronapandemie heeft hij het café tijdelijk moeten sluiten, waardoor hij er financieel slecht voor staat.

4.De beoordeling

Hoofdsom

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde01] in de periode van januari 2020 tot en met januari 2021 van [eiseres01] (telecom)diensten heeft ontvangen, waarvoor hij ook heeft betaald. Hiermee is bevestigd dat in die periode een contractuele relatie bestond tussen partijen, die is gebaseerd op het ingevulde contractovernameformulier. Pas ten tijde van de onderhavige procedure voert [gedaagde01] het verweer dat hij dit formulier wel heeft ingevuld maar niet heeft ondertekend.
4.2.
Dit verweer van [gedaagde01] slaagt niet. [gedaagde01] heeft namelijk erkend dat hij het formulier wel zelf heeft ingevuld en heeft vervolgens een jaar lang conform die contractuele verhoudingen gehandeld. Daarmee strookt niet dat [gedaagde01] het formulier niet ondertekend zou hebben; in dat geval zou hij dat eerder kenbaar gemaakt (moeten) hebben aan [eiseres01] . Bovendien heeft [eiseres01] onbetwist gesteld dat zij een legitimatiebewijs van [gedaagde01] heeft ontvangen op basis waarvan zijn gegevens zijn geverifieerd. Dit is juist bedoeld om te voorkomen dat een contractovernameformulier door iemand anders dan de nieuwe contractant wordt ingevuld en ondertekend. Het enkele vermoeden van [gedaagde01] dat de vriendin van [naam02] de handtekening van [gedaagde01] heeft vervalst, vormt tegen de achtergrond van het bovenstaande onvoldoende onderbouwing van zijn stelling dat hij het formulier niet heeft ondertekend.
4.3.
Ook het verweer van [gedaagde01] dat hij de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd staat niet aan toewijzing van de vordering van [eiseres01] in de weg. Vast staat dat de overeenkomst vanwege de verlenging met vijf jaar een looptijd had tot 1 februari 2024, en dat [gedaagde01] vanaf februari 2021 geen facturen meer heeft voldaan. Op grond van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden heeft [eiseres01] vanaf april 2021 voor de resterende looptijd van het contract dus rechtmatig de periodieke kosten in rekening gebracht bij [gedaagde01] .
4.4.
[eiseres01] vordert in deze procedure de onbetaald gebleven facturen, waaronder de afkoopsom betreffende de resterende looptijd van het contract, minus de op de facturen vermelde administratiekosten en btw daarover. Dit levert een hoofdsom op van € 4.710,59. Deze hoofdsom is, op basis van het voorgaande, als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.5.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De gevorderde wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW wordt als onbetwist en op de wet gegrond toegewezen.
Proceskosten
4.6.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 122,46 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht en € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 311,00 tarief). Dit is totaal € 1.258,46. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 124,00 (1/2 punt x € 311,00 tarief met maximum € 124,00). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
Betalingsregeling
4.7.
[gedaagde01] heeft aangegeven dat hij er financieel slecht voor staat. Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW Pro kan [eiseres01] niet worden verplicht om in te stemmen met een betalingsregeling en is de kantonrechter niet gerechtigd om een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van [eiseres01] . De kantonrechter verwijst [gedaagde01] naar (de gemachtigde van) [eiseres01] om eventueel alsnog een betalingsregeling te treffen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 5.722,96, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 4.710,59 vanaf 10 juni 2022 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vastgesteld op € 1.258,46;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
48637