De zaak betreft een geschil over de betaling van telecomdiensten geleverd aan een horecagelegenheid. De gedaagde had het café overgenomen en daarmee ook een contract met eiseres voor levering van telefonie en internetdiensten. Hoewel de gedaagde stelde het contract telefonisch te hebben opgezegd en de handtekening op het contractovernameformulier niet van hem te zijn, oordeelde de rechter dat hij het formulier wel had ingevuld en conform de overeenkomst had gehandeld.
De rechter wees het verweer van de gedaagde af omdat hij een jaar lang volgens de contractuele afspraken had gehandeld en eiseres een legitimatiebewijs had ontvangen ter verificatie. De onbetaalde facturen voor de periode na februari 2021, inclusief een afkoopsom voor de resterende contractduur tot februari 2024, werden als verschuldigd vastgesteld.
Daarnaast werden de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het totale bedrag van €5.722,96 plus rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een betalingsregeling kon niet worden opgelegd zonder instemming van eiseres.