De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een kind met complexe gedragsproblematiek. Het kind woont bij de moeder en stiefvader, maar de ouders zijn onvoldoende in staat om aan de specifieke opvoedbehoeften te voldoen. Diverse hulpverleningstrajecten in het vrijwillige kader hebben onvoldoende resultaat opgeleverd.
De kinderrechter heeft het kind gehoord en heeft ook de ouders, stiefvader, Raad en gecertificeerde instelling gehoord tijdens een zitting met gesloten deuren. Er is sprake van ernstige bedreiging van de sociaal-emotionele ontwikkeling, vermoedens van hechtingsproblematiek, schoolverzuim en onvoldoende copingstrategieën. De thuissituatie is spanningsvol, waardoor diagnostiek en behandeling niet effectief kunnen plaatsvinden.
Een uithuisplaatsing in een driemilieuvoorziening wordt noodzakelijk geacht om rust, structuur en bescherming te bieden en de negatieve gedragspatronen te doorbreken. Een plaatsing bij oma wordt afgewezen vanwege loyaliteitsconflicten en onvoldoende opvoedvaardigheden. De kinderrechter stelt het kind onder toezicht voor twaalf maanden en verleent machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, met onmiddellijke ingang.