De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van een minderjarige door de man, wiens erkenning door de vrouw werd onthouden. De vrouw en man hebben een affectieve relatie gehad, en de minderjarige is geboren in 2016. De vrouw heeft zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit, de man is Turks staatsburger. De rechtbank oordeelde dat de man bevoegd is tot erkenning volgens Turks recht en dat vervangende toestemming onder Nederlands recht kan worden verleend, ondanks de negatieve houding van de vrouw en het onverantwoordelijke gedrag van de man.
De rechtbank weegt de belangen van de vrouw, de man en de minderjarige en concludeert dat de erkenning niet leidt tot schade aan de belangen van de minderjarige of de vrouw. De vervangende toestemming wordt daarom verleend, maar slechts voor de duur van één jaar om onzekerheid over de erkenning te voorkomen. Verzoeken van de man tot gezamenlijk gezag en een omgangsregeling worden afgewezen vanwege het ontbreken van contact en communicatie, en het risico dat de minderjarige klem raakt tussen de ouders.
Daarnaast wordt een kinderbijdrage van €50 per maand vastgesteld vanaf de datum van het verzoek, omdat de man onvoldoende heeft aangetoond niet in staat te zijn deze bijdrage te betalen. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. De beschikking is uitgesproken op 3 september 2021.