Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het procesverloop
- de inleidende dagvaarding met producties van 30 november 2020;
- het verstekvonnis van 22 december 2020, met zaaknummer 8912229 \
- het verzetexploot met producties, tevens houdende een incidentele eis van 21 januari 2021;
- de akte uitlating in het incident;
- het tussenvonnis van 29 maart 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de e-mails van [persoon A] van 27 en 28 mei 2021, met producties ten behoeve van de mondelinge behandeling;
- de e-mail van [persoon A] van 4 juni 2021 met een aanvulling van een eerder toegezonden onvolledige productie.
[persoon B] (Manager Facilitair Bedrijf, ICT en Vastgoed) en de gemachtigde verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, waarbij Argos spreekaantekeningen heeft overgelegd. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
2..De vaststaande feiten
10 februari 2020 heeft zij echter haar aansprakelijkheidsverzekeraar Nationale Nederlanden ingeschakeld.
Gesprek verzekerde
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
woensdag 8 september 2021 om 14.30 uur, om [persoon A] in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten of zij dit bewijs wenst te leveren en,
- indien zij dit bewijs schriftelijk wenst te leveren, dit dadelijk bij deze akte te doen, en
- indien zij dit bewijs wenst te leveren door het doen horen van getuigen, op te geven de namen en de woonplaatsen van de voor te brengen getuigen met de verhinderdata van alle betrokkenen in de maanden oktober en november 2021, zodat onmiddellijk ter rolzitting een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald; [persoon A] zal te zijner tijd zelf zorg dienen te dragen voor behoorlijke oproeping van de getuigen;