Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiseres 1]
[handelsnaam],
1..De procedure
- de dagvaarding van 17 maart 2021, met producties;
- de mondelinge behandeling gehouden op 8 april 2021.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 1995 gehuwd geweest en in 2013 gescheiden, waarbij de woning aan de man werd toegewezen met de verplichting dat hij de vrouw zou ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. De vrouw is onder bewind gesteld en vordert dat de man meewerkt aan verkoop van de woning, omdat zij niet langer in een onverdeelde gemeenschap wil blijven en financieel in problemen komt.
De man is niet verschenen en heeft niet gereageerd op de dagvaarding. De rechtbank constateert dat na ruim acht jaar de vrouw niet langer kan worden gehouden in onverdeeldheid te blijven en dat de woning verkocht moet worden. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop via een NVM makelaar tegen een marktconforme prijs, met een dwangsom bij niet-naleving.
De man krijgt tot 22 mei 2021 de gelegenheid om de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Indien dit niet gebeurt, treedt het vonnis in de plaats van zijn medewerking. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen en wijst overige vorderingen af.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van woning tenzij vrouw vóór 22 mei 2021 uit hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ontslagen.