Tussen partijen is een huurovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten per 31 maart 2015 voor zes maanden met een maandhuur van €1.100. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van achterstallige huur en een contractuele boete wegens te late betaling.
De huurder betwistte de huurachterstand en stelde dat hij meer had betaald dan de verhuurder erkende, en voerde dat de boeteclausule oneerlijk en buitensporig was. De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs leverde voor zijn betalingen, waardoor een huurachterstand van €6.600 werd vastgesteld.
De rechtbank vernietigde de boeteclausule vanwege het ontbreken van een limiet en de disproportionele hoogte, in lijn met de Richtlijn 93/13 EEG over oneerlijke bedingen. De ontbinding van de huurovereenkomst werd bevestigd, de vordering tot ontruiming afgewezen wegens gebrek aan belang, en de huurachterstand met wettelijke rente toegewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.