Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om schadevergoeding op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) wegens het onrechtmatig bewaren en verwerken van haar medische gegevens door verweerder.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met de AVG heeft gehandeld door gedurende ongeveer tien jaar persoonsgegevens van verzoekster te bewaren, ondanks meerdere verzoeken tot vernietiging. Dit heeft geleid tot een aantasting van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verzoekster, wat kwalificeert als immateriële schade.
De rechtbank stelt de schadevergoeding vast op €2.500, rekening houdend met eerdere jurisprudentie waarin voor kortdurende onrechtmatige verwerking een vergoeding van €500 werd toegekend. Verzoeksters claim voor materiële schade wegens vermeende carrière- en inkomensschade wordt niet aannemelijk geacht en afgewezen.
Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J. de Gans op 12 juli 2021 en is openbaar.