Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met producties 1 t/m 46, binnengekomen ter griffie op 30 maart 2021;
- het verweerschrift met (voorwaardelijke) zelfstandige tegenverzoeken met producties 1 t/m 55;
- de door ASz bij brief d.d. 26 april 2021 overgelegde aanvullende productie 47;
- de brief d.d. 26 april 2021 met productie, afkomstig van een OR-lid van het ASz;
- de door [verweerder] bij e-mail d.d. 29 april 2021 overgelegde aanvullende productie 56.
2..De feiten
Dinsdag 3 april, [naam 4] – [verweerder] – [naam 5]
Bijgaand een korte samenvatting van hetgeen [verweerder] en ik vandaag hebben besproken:
- [verweerder] stopt als afdelingshoofd interne, reuma, geriatrie en richt zich op een nieuwe loopbaanrichting (blijft in functie van afdelingshoofd tot andere functie is gevonden)
- [naam 4] start zoekactie afdelingshoofd ai voor bovenstaande poliklinieken
- [verweerder] gaat ter oriëntatie in gesprek met [naam 7] over mogelijke invulling rol intermediair BIC-Primaire proces
- [naam 4]-[verweerder]-[naam 5] werken nieuwe rol [verweerder] uit: combinatie Hix-coördinator/lid dedicated team omzetproblematiek/BIC (reeds besproken en akkoord [naam 8])
- Vervolgafspraak voor maandag 7 mei (…)”
In eerdere gesprekken is gesproken over de behoefte aan een soort intermediair tussen het BIC en de zorg om de juiste business informatie te verkrijgen.(…)
Mocht deze functie toch niet gecontinueerd worden of om andere redenen blijken dat je niet geplaatst kan worden op deze functie, dan zal je terugkeren in je functie van afdelingshoofd.”
In de tussenevaluatie zijn de volgende zaken besproken:
Het inzichtelijk maken van werkprocessen en resultaten kan voor afdelingshoofden als onveilig gevoeld worden, merk je in gesprekken. Dit zou ook te maken kunnen hebben met de (non-)verbale wijze waarop je kan reageren.
Op 28 november 2019 hebben [naam 8] en ondergetekende samen met je gesproken over je wens om te stoppen met je huidige aanstelling in de rol van beleidsadviseur poli en coördinator HIX.
Vandaag hebben [naam 4] en ik met je gesproken over je mail aan mij d.d. 27 augustus.
Wellicht ten overvloede wijs ik op het volgende. De “terugplaatsingsafspraak” zoals u die voorspiegelt, zag uitsluitend op de situatie waarbij de pilotfunctie niet zou worden gecontinueerd of om andere redenen zou worden besloten de plaatsing in de pilotfunctie niet te continueren. Het gaat daarbij aldus om beweegredenen aan de zijde van de werkgever om de functie of plaatsing van uw cliënt daarin, niet voort te zetten.
3..Het verzoek
4..Het verweer
5..De (voorwaardelijke) zelfstandige tegenverzoeken
Aangezien het een pilotfunctie betreft, zijn we echter tot de conclusie gekomen dat niet alleen de werkgever kon besluiten of de functie structureel ingevuld zou kunnen worden door jou, maar dat je vervolgens vanzelfsprekend ook zelf kan besluiten of jij deze functie wil blijven vervullen”, alsmede “
Maar er is wel beloofd dat je kan terugkeren als afdelingshoofd”. Voor zover ASz een terugkeer van [verweerder] in de functie van afdelingshoofd van meet af aan niet heeft beoogd, geldt dat zij met voornoemde brieven bij [verweerder] in ieder geval wel de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat er een mogelijkheid tot terugkeer bestond. Dat er door ASz ten aanzien van de mogelijkheid tot terugkeer enig voorbehoud met betrekking tot het functioneren van [verweerder] is gemaakt, is niet gebleken. Daarnaast geldt, dat voor zover juist is dat ASz ten tijde van het opstellen van de brief d.d. 20 september 2018 geen weet had van de diverse problemen rondom [verweerder] ten gevolge van het door [naam 4] na haar auto-ongeluk niet overdragen van haar ervaringen met [verweerder] aan haar vervangers, dit een omstandigheid betreft die voor rekening en risico van ASz komt. Dit, nog daargelaten dat ASz de door [verweerder] ingenomen stelling, inhoudende dat [naam 4] ook na haar auto-ongeluk nog bij de situatie rondom [verweerder] betrokken is gebleven, niet, althans onvoldoende, heeft weersproken.
Kamerstukken I, 2018-2019, 35 074, F, pag. 26). Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om verwijtbaar handelen van de werknemer gecombineerd met onvoldoende functioneren en/of een verstoorde arbeidsverhouding (
Kamerstukken I, 2018-2019, 35 074, nr. 3, pag. 52).