Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[persoon A] ,
[persoon B],
[persoon E],
1..De procedure
- de dagvaarding van 11 november 2020, met 33 producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie, met 9 producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis, met producties 34 en 35;
- de pleitaantekeningen van [persoon A] en [persoon B] voor de mondelinge behandeling;
- de mondelinge behandeling op 20 april 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2..De feiten
(…)
Dan vervalt de uiteindelijke opleverdatum.
Wekelijkse facturatie volgens vorderingsstaat.”
Werkzaamheden niet afgerond
- 1.740,--
- 540,--
3..Het geschil
in conventie
4..De beoordeling
in conventie en reconventie
[persoon A] en [persoon B] menen dat zij vanwege de gebrekkige kwaliteit van de werkzaamheden het overeengekomen minimumbedrag van € 36.000,- inclusief BTW (de rechtbank denkt dat dit € 36.300,- moet zijn) zijn verschuldigd en dat het meerdere onverschuldigd is betaald. Zij vorderen daarom, als onderdeel van vordering B, terugbetaling van € 6.138,25.