Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 5 maart 2021, met zeven producties;
- twee aanvullende producties van de zijde van [eiser];
- een productie van de zijde van [gedaagde].
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, althans op een door de kantonrechter te bepalen datum, met medeneming van het hare en de haren te ontruimen en te verlaten met afgifte van de sleutels en ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde] de woning niet heeft verlaten en ontruimd, tot een maximum van € 50.000,00;
- [gedaagde] te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag ad € 850,00 per maand, een gedeelte daarvan daaronder begrepen, ingaande 1 maart 2021 tot aan de dag dat het gehuurde is ontruimd en in correcte staat is opgeleverd ter zake van de vergoeding van het gebruik van het gehuurde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot en met de dag van algehele voldoening;
- voorts met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.