Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om ING Bank, haar enige schuldeiser, te bevelen in te stemmen met een schuldregeling. ING weigert mee te werken aan het aangeboden akkoord van 1% betaling tegen finale kwijting, stellende dat zij recht heeft op volledige voldoening van haar vordering van ruim €191.000.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek ontvankelijk is, ook al is ING de enige schuldeiser, en dat het aangeboden akkoord door een onafhankelijke partij is getoetst en goed gedocumenteerd is. Verzoekster heeft ter zitting haar aanbod verbeterd tot een saneringskrediet van €5.000, dat door ING niet is weersproken.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die via een minnelijk traject haar schulden wil oplossen, zwaarder dan het belang van ING, die door de schuldregeling geen financieel nadeel lijdt ten opzichte van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Het verzoek wordt toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.