ECLI:NL:RBROT:2021:1830
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid in civiele procedure
In de civielrechtelijke procedure tussen Stichting als eiseres en verzoeker als gedaagde, met kenmerk 8333783 CV EXPL 20-5731, heeft verzoeker op 10 februari 2021 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter mr. I.K. Rapmund. Dit verzoek werd op 24 februari 2021 door de wrakingskamer afgewezen met de bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure niet in behandeling wordt genomen.
Ondanks deze beslissing heeft verzoeker op 28 februari 2021 opnieuw een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer heeft het dossier van de procedure en aanvullende e-mails van verzoeker van 1 maart 2021 bestudeerd. Gezien de eerdere beslissing en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam is het nieuwe wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam en op 4 maart 2021 in het openbaar uitgesproken. Hiermee wordt bevestigd dat verzoeker geen verdere wrakingsverzoeken in deze procedure kan indienen tegen dezelfde rechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. I.K. Rapmund wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.