Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 11 december 2019, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de brief van CSI, waarin zij verklaart bewijs te willen leveren door overlegging van stukken, althans anders dan door het horen van getuigen;
- de op 8 januari 2020 ingekomen brief van Vollers, waarin zij aangeeft bewijs te willen leveren door het horen van getuigen en aangeeft dat het aangewezen lijkt eerst CSI in de gelegenheid te stellen om aan haar bewijsopdracht te voldoen;
- de reactie van CSI op de brief van Vollers;
- de rolbeslissing van 9 januari 2020, waarin is bepaald dat de zaak eerst op de rol zal komen om CSI in de gelegenheid te stellen bewijsstukken over te leggen;
- de akte houdende bewijslevering, tevens akte tot wijziging en vermeerdering van eis van CSI, met producties;
- de op 4 maart 2020 ingekomen antwoordakte van Redisa;
- de akte reactie bewijslevering CSI van 4 maart 2020 van Vollers;
- de op 19 juni 2020 ingekomen akte verzoek vonnis wijzen van Vollers;
- de fax van 1 juli 2020 van Vollers;
- de antwoordakte van CSI van 22 juli 2020, met producties;
- de rolbeslissing van deze rechtbank van 6 augustus 2020 waarin vonnis is bepaald.
2..De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
tobacco scrap” ingediend. Overeenkomstig de afspraken met Vollers en Redisa heeft CSI in de aangifte jegens de douane aangegeven dat betaling via haar betalingsfaciliteit zou lopen. Het feit dat CSI bij het indienen van de aangifte in het daarvoor bedoelde vakje heeft aangekruist dat gebruik zou worden gemaakt van haar betalingsfaciliteit, maakt dat CSI een betalingsverplichting heeft voor de douaneschulden die tot de beëindiging van de verificatiefase ontstaan. Dit volgt uit de systematiek van het douanerecht. De douaneschuld is tijdens de verificatiefase ontstaan. In dit kader heeft CSI een brief van de douane overgelegd van 18 oktober 2019, waarin de douane toelicht dat en waarom zij CSI financieel aansprakelijk houdt voor de douaneschuld. In de brief staat:
- De ontvanger spreekt dan eerst Redisa aan tot betaling. Betaalt Redisa vervolgens niet dan wendt de ontvanger zich tot Customs Support en zal haar dus aanspreken tot betaling.
- Als Customs Support vervolgens weigert te betalen, dan is de volgende stap dat de ontvanger de door Customs Support gestelde borgstelling zal gaan uitwinnen.
- Dan vordert de ontvanger dus betaling van de bank die een borg heeft afgegeven, die onder meer de betalingsverplichting van Customs Support dekt als direct vertegenwoordiger met betrekking tot douaneschulden van derden, die zijn vastgesteld tot het moment van beëindiging van de verificatiefase.
- Indien de borgsteller geen gehoor geeft aan de vordering tot betaling, is de ontvanger gedwongen voor het invorderen – van zekerheid die gesteld is – een civiele procedure bij de Rechtbank op te starten tegen de borgsteller.”
Vergunning doorlopende zekerheid inclusief eventuele verlaging of ontheffing[ontvangen].
- de douane bij brief van 2 september 2013 een zekerheidstelling van CSI heeft aanvaard van € 2.500.000,- voor het “in het vrije verkeer brengen op grond van de uitstelregeling maand-krediet Sagitta-invoer”;
- de douane bij brief van 11 april 2017 heeft bevestigd dat CSI zekerheid heeft gesteld voor een bedrag van in totaal € 800.000,-, waarvan € 750.000,- “voor bedragen die betaald moeten worden op grond van de wettelijke bepalingen in relatie met één of meerdere door de Belastingdienst/douane verleende vergunningen”, welke bevestiging blijkens deze brief dient ter vervanging van de mededeling bij brief van 2 september 2013;
- de douane bij brief van 20 augustus 2018 heeft bepaald dat de door CSI te stellen zekerheid is bepaald op € 1.599.999,-;
- de douane bij brief van 23 augustus 2018 heeft bevestigd dat CSI een doorlopende zekerheid heeft gesteld van € 1.650.000,-, waarvan € 1.599.999,99 ten behoeve van DWU-vergunning(en), meer specifiek het “in het vrije verkeer brengen in het kader van de normale douaneaangifte met uitstel van betaling (maandkrediet)”.
3..De beslissing
Administratie handel en haven, afdeling roladministratie, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 088 3610554– en aan de partijen moet opgeven, waarna de verdere procesvoering zal worden bepaald;
Administratie handel en haven, afdeling planningsadministratie, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 088 3610555, e-mailadres Handel.Planning.rb.rotterdam@rechtspraak.nl– de namens haar te horen getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, alle partijen en hun advocaten in de maanden april 2021 tot en met juli 2021 moet opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;
Administratie handel en haven, afdeling planningsadministratie, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 088 3610555– en de andere partijen moet toesturen;