Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
handelend onder de naam [handelsnaam],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiseres stelt dat zij op 17 en 18 juni 2020 door gedaagde, een acupuncturist, is behandeld met warmte-kompressen, waarbij zij brandwonden opliep. Zij vordert vergoeding van materiële en immateriële schade. Gedaagde betwist de behandeling met warmte-kompressen en vraagt om bewijs, zoals een afspraakbevestiging of betaalbewijs.
Eiseres overlegt een factuur van 12 juni 2020 voor andere behandelingen en foto’s van letsel, maar deze factuur vermeldt geen warmte-kompressen en betreft behandelingen vóór de gestelde data. Ook een medisch dossierstuk van de huisarts vermeldt een wond na acupunctuur, maar verbindt dit niet concreet aan gedaagde of de specifieke behandeling.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres de bewijslast draagt voor de behandeling met warmte-kompressen op 18 juni 2020. De overgelegde stukken zijn onvoldoende om dit te bewijzen. De stelling dat de factuur achteraf is gefabriceerd is niet onderbouwd. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat gedaagde eiseres heeft behandeld met warmte-kompressen.