ECLI:NL:RBROT:2021:13558
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Eiseres, die in 2016 met haar kind naar Nederland kwam en in 2020 de echtelijke woning verliet, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. Dit verzoek werd afgewezen omdat eiseres naar het oordeel van het college in staat is zich op eigen kracht te handhaven met gebruikelijke hulp uit haar sociale netwerk. Eiseres verbleef tijdelijk bij haar ouders in Turkije en keerde terug naar Nederland zonder eigen huisvesting.
In beroep stelde eiseres dat zij zich vanwege een beperkt sociaal netwerk, psychische klachten en taalproblemen niet zelfstandig kan handhaven en dat het belang van haar minderjarige zoon onvoldoende was meegewogen. De rechtbank oordeelde dat uit de ingediende stukken blijkt dat eiseres zich heeft ingeschreven bij Woonnet Rijnmond en een briefadres heeft aangevraagd, wat wijst op zelfredzaamheid. Ook is niet gebleken dat zij dakloos is geweest.
De rechtbank overwoog verder dat de Wmo 2015 niet bedoeld is om woningnood op te lossen en dat het college de belangen van het kind heeft betrokken. Het feit dat eiseres terugkeerde naar Nederland zonder huisvesting weegt mee in het oordeel dat er geen noodzaak is tot opvang. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard.