ECLI:NL:RBROT:2021:1295
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens verblijf met inreisverbod artikel 197 Sr
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 februari 2021 de zaak tegen een verdachte die werd vervolgd wegens het overtreden van een inreisverbod op grond van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De tenlastelegging betrof het verblijf van de verdachte in Nederland terwijl tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd.
De officier van justitie vorderde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1893) dat duidelijkheid gaf over de toepassing van artikel 197 Sr Pro. Tevens wees het College van Procureurs Generaal op terughoudendheid in vervolgingen voor feiten gepleegd vóór 1 januari 2020.
De verdediging verzette zich niet tegen deze eis. De rechtbank volgde de eis en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee werd het strafrechtelijk vervolgen van de verdachte wegens het verblijf met inreisverbod beëindigd, in lijn met het geldende strafvorderingsbeleid en jurisprudentie.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens verblijf met inreisverbod.