Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1],
1..De procedure
- de dagvaarding van 10 oktober 2019;
- de akte overlegging producties, met producties 1-12;
- de conclusie van antwoord, met producties S1-S2;
- de conclusie van repliek tevens vermeerdering van eis, met producties 13-26;
- de conclusie van dupliek, met producties S3-S4.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
bevoegdheid en toepasselijk recht
- het Binnenaanvaringsverdrag van Genève van 15 maart 1960;
- het Nederlands recht, met name de artikelen 8:1000 e.v. BW;
- het Binnenvaartpolitiereglement.
NJ2002/143 (
Casuele/De Toekomst) volgt dat sprake is van schuld van een schip indien de schade het gevolg is van:
6.428,00(2 punten × tarief VII € 3.214,-)