ECLI:NL:RBROT:2021:12800
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische noodzaak ondanks klachten
Eiser heeft een urgentieverklaring aangevraagd op grond van medische noodzaak vanwege pijnklachten aan zijn benen bij traplopen en longklachten door vocht en schimmel in zijn woning. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van het Team Sociaal Medische Advisering (SMA), dat concludeerde dat geen dringende medische noodzaak tot verhuizen bestond.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende procesbelang heeft, ook al is hij inmiddels verhuisd, omdat hij schade en emotionele achteruitgang stelt en proceskostenvergoeding vordert. Het medisch advies is zorgvuldig en inzichtelijk opgesteld, waarbij de arts een telefonisch consult hield en medische gegevens van huisarts en orthopeed bestudeerde. De arts achtte eiser in staat de trap te gebruiken en zag geen urgente situatie.
Eiser kon geen medische gegevens overleggen die het advies zouden weerleggen. Ook de longklachten werden volgens verweerder adequaat beoordeeld volgens het GGD-protocol, waarbij geen allergie voor huisstofmijt was aangetoond. De rechtbank stelt dat verweerder terecht heeft besloten geen urgentieverklaring toe te kennen.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen schrijnende situatie of bijzondere omstandigheden waren aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.