De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een gezinsvervangend tehuis te Schiedam op de waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder stelde de waarde vast op €709.000,-, gebaseerd op een taxatierapport en gecorrigeerde vervangingswaarde. Eiseres stelde een lagere waarde van €585.000,- voor, onderbouwd met een eigen taxatierapport.
De onroerende zaak is incourant en werd 16 maanden na de waardepeildatum verkocht voor €762.500,-, waarbij de koopsom werd gecorrigeerd tot €752.253,-. De rechtbank oordeelde dat de eigen transactie maatgevend is, mits rekening wordt gehouden met de waardeontwikkeling. Eiseres stelde een waardeontwikkeling van 12-14% voor, gebaseerd op CBS-cijfers voor koopwoningen, maar verweerder betwistte dit vanwege het incourante karakter van het object en stelde een redelijke waardeontwikkeling van circa 6%.
De rechtbank vond het betoog van verweerder aannemelijk en oordeelde dat de waardeontwikkeling van circa 6% niet onredelijk is. De gecorrigeerde vervangingswaarde leidde niet tot een hogere waarde dan de transactie, zodat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.