ECLI:NL:RBROT:2021:10786
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing vertrouwensbeginsel bij legesaanslag nieuw bouwplan
Eiser ontving een legesaanslag voor de tweede omgevingsvergunning voor de herbouw van een bedrijfspand, waarbij het gebouw werd getransformeerd van een bedrijfsloods naar vier woningen. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat het ging om een wijziging van ondergeschikte aard en dat het vertrouwensbeginsel toepassing vond omdat hij op advies van de bouwinspecteur handelde.
De rechtbank oordeelde dat de wijzigingen niet van ondergeschikte aard zijn, gelet op de gewijzigde gebruiksfunctie, brandcompartimentering en de aanpassing van de achtergevel. Dit betekent dat er sprake is van een nieuw bouwplan, waarvoor de legesaanslag terecht is opgelegd volgens de Verordening leges omgevingsvergunning 2018.
Ten aanzien van het vertrouwensbeginsel stelde de rechtbank vast dat de bouwinspecteur nooit heeft toegezegd dat geen tweede legesaanslag zou volgen en dat eiser in de aanvraag een akkoordverklaring had ondertekend waarin hij erkende dat er kosten aan de aanvraag verbonden kunnen zijn. Hierdoor kon eiser geen rechtmatig vertrouwen ontlenen aan het ontbreken van een tweede legesaanslag.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De legesaanslag voor de tweede omgevingsvergunning is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.