Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar met aftrek van voorarrest, waarvan 1 (één) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering benoemd, alsmede oplegging van de maatregel 38v Sr, inhoudende een locatieverbod voor Rotterdam voor de duur van 3 jaar, op straffe van 1 week hechtenis per overtreding met een maximum van 6 maanden en de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel en deze bijzondere voorwaarden;
- herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, in de zaak met VI-nummer 99/000392-39.
4..Waardering van het bewijs
diegeheel of ten dele aan een ander, te weten aan Dienst Vervoer en Ondersteuning toebehoorde, heeft vernield.
5..Strafbaarheid van de feiten en de verdachte, (putatief) noodweer verweer
1. poging tot doodslag;
en
3. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
4. (wapen:) handelen in strijd met artikel 26 eerste Pro lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
6..Motivering straf en maatregel
7..In beslag genomen voorwerpen
8..Vorderingen benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9..Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.. Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
dadelijk uitvoerbaaris;
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
de benadeelde partij [naam benadeelde], via zijn gemachtigde mr. N. Stolk, advocaat te Rotterdam, te betalen een bedrag van
€ 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde] , te betalen
€ 2.500,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend vijfhonderd), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
50 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 10,96 (zegge: tien euro en zesennegentig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;
652 (zeshonderdentweeënvijftig) dagen, alsnog moet worden ondergaan.