ECLI:NL:RBROT:2021:10384
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing late aanvraag zorg- en huurtoeslag wegens overschrijding wettelijke termijn
Eiser heeft zorg- en huurtoeslag aangevraagd over de jaren 2014 tot en met 2017, maar deze aanvragen werden door de Belastingdienst afgewezen omdat zij te laat waren ingediend. De rechtbank stelt vast dat de aanvragen pas op 29 september 2020 zijn ingediend, ruim na de wettelijk gestelde termijn in artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
Eiser voerde aan dat zijn echtgenote pas in 2020 met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning ontving, waardoor het volgens hem niet mogelijk was om eerder toeslagen aan te vragen. De rechtbank oordeelt echter dat de wet geen uitzonderingen kent voor het alsnog in behandeling nemen van te late aanvragen voor huur- en zorgtoeslag, in tegenstelling tot het kindgebonden budget waar wel een dergelijke mogelijkheid bestaat.
De rechtbank volgt de Belastingdienst in de uitleg dat de Awir bedoeld is voor actuele tegemoetkomingen en dat het systeem niet onredelijk bezwarend of discriminerend is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de late aanvraag voor zorg- en huurtoeslag wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.