Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Beschikking van de kinderrechter
[naam kind] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
- de vader;
- de moeder, bijgestaan door mr. A.L. Witteveen voornoemd;
- [naam 1] namens de GI;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind dat verblijft in een crisispleeggezin. De ouders wonen in België en oefenen het ouderlijk gezag uit. De GI vroeg aanvankelijk verlenging voor de duur van de ondertoezichtstelling, later gewijzigd tot een maand.
De kinderrechter constateert dat er recent zorgen waren over de financiële situatie en huisvesting van de ouders, mede op basis van een onderzoek van de Belgische politie. De ouders betwisten deze zorgen en leverden bewijs aan dat de huurachterstand was opgelost en dat de vader een dienstbetrekking heeft. De GI kon dit niet voldoende verifiëren.
De omgang tussen het kind en de ouders verloopt goed en er is sprake van een positieve ontwikkeling bij de ouders, die bereid zijn hulpverlening te accepteren. De kinderrechter oordeelt dat de verlenging van de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is en dat het belang van het kind dient te worden gediend met terugplaatsing bij de ouders in België. Het verzoek tot verlenging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van het kind wordt afgewezen.