De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 oktober 2020 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind. De ondertoezichtstelling was oorspronkelijk vastgesteld tot 4 november 2020.
De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar er bestaat een conflict over de omgangsregeling tussen het kind en de vader. Het kind ervaart spanningen en bevindt zich in een loyaliteitsconflict, wat leidde tot een paniekaanval bij uitbreiding van de omgang. De gecertificeerde instelling wil de ondertoezichtstelling verlengen om het kind en de ouders te blijven ondersteunen in het kader van de omgangsregeling.
De moeder verzet zich tegen de verlenging en stelt dat de doelen van de ondertoezichtstelling grotendeels zijn bereikt en dat hulpverlening ook vrijwillig kan plaatsvinden. De vader voert geen verweer, maar benadrukt het ontbreken van een duidelijk plan en de noodzaak van een vaste omgangsregeling. De kinderrechter oordeelt dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer als neutrale derde noodzakelijk blijft tot de zitting over de omgang op 9 december 2020 en verlengt de ondertoezichtstelling voor twee maanden tot 4 januari 2021.