Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
1. [verzoekster] ,
2. [naam vennoot 1] ,
3. [naam vennoot 2] ,
[verweerder] ,
Verloop van de procedure
Omschrijving van het geschil
- primair: haar niet ontvankelijk te verklaren in onderhavig verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn, omdat [verzoekster] c.s. van mening is dat er sprake is van artikel 7:290 BW Pro-bedrijfsruimte;
- subsidiair: de termijn, waarbinnen ontruiming van het hierboven genoemde gehuurde zou moeten plaatsvinden, te verlengen tot één jaar na het vermeend eindigen van de huurovereenkomst, derhalve tot en met 30 augustus 2021;
- primair en subsidiair: [verweerder] te veroordelen in de kosten van de procedure aan de zijde van [verzoekster] c.s., te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de op dit verzoek te geven beschikking en – voor het geval dat voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van de beschikking.
Beoordeling van het geschil
‘een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is’.