ECLI:NL:RBROT:2020:9080
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris inzake videoverhoor getuige uit Ierland
In deze zaak diende een verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die besloot een getuige uit Ierland via video-conferentie te horen in een strafzaak. De verzoeker stelde dat de rechter-commissaris persoonlijke belangen boven het belang van de verdediging stelde door niet ter plaatse te reizen, wat volgens hem leidde tot een schijn van vooringenomenheid.
De rechter-commissaris verweerde zich door te stellen dat het videoverhoor een volwaardig verhoor is volgens de wettelijke regeling en dat het gebruik van videoverhoor beleid is binnen het team kabinet-RC te Rotterdam, mede ingegeven door de COVID-19 situatie. Er is geen persoonlijke overweging, maar een objectief beleid gevolgd.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat een beslissing of motivering daarvan grond is voor wraking, tenzij deze niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid.
De kamer oordeelde dat het besluit tot videoverhoor niet als vooringenomenheid kan worden gezien, mede omdat de rechter-commissaris openstaat voor aanvullende verhoormogelijkheden indien nodig. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.