ECLI:NL:RBROT:2020:8091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van kosten aanmaning en dwangbevel bij niet tijdige betaling waterschapsbelasting
Eiser was belast met een aanslag waterschapsbelasting over 2017 en betaalde deze niet tijdig. Verweerder bracht kosten in rekening voor aanmaning en dwangbevel. Eiser betwistte deze kosten en stelde dat hij door verblijf in een motel en langdurig verblijf in het buitenland onvoldoende gelegenheid had gehad om kennis te nemen van de aanslag en de kosten.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende is geïnformeerd, aangezien verweerder meerdere betalingsherinneringen heeft gestuurd naar het adres waar eiser volgens de Basisregistratie Personen stond ingeschreven. Eiser had maatregelen kunnen treffen om post te ontvangen tijdens zijn afwezigheid. De enkele stelling van verblijf in een motel en buitenland is onvoldoende onderbouwd.
Op grond van vaste jurisprudentie en de Kostenwet invordering rijksbelastingen is het terecht dat de kosten van aanmaning en dwangbevel in rekening zijn gebracht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de kosten van aanmaning en dwangbevel terecht zijn opgelegd.