ECLI:NL:RBROT:2020:8040
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod opgelegd aan uithuisgeplaatste ex-partner wegens onbevoegdheid
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen het huisverbod dat de burgemeester had opgelegd en verlengd ten aanzien van de woning van de ex-partner van verzoeker. Verzoeker was uithuisgeplaatst en had een eigen woning, verbleef niet in de woning waarvoor het huisverbod gold en verbleef daar ook niet anders dan incidenteel.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod onrechtmatig was opgelegd omdat de wettelijke bevoegdheid daartoe ontbreekt indien de betrokkene niet in de woning verblijft of slechts incidenteel verblijft. Het beroep op het Verdrag van Istanbul slaagde niet omdat dit verdrag niet vereist dat artikel 2 Wth Pro op die wijze wordt uitgelegd.
De rechtbank vernietigde de besluiten tot oplegging en verlenging van het huisverbod, veroordeelde de burgemeester tot betaling van proceskosten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten bleven tot en met de datum van de uitspraak in stand.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het huisverbod omdat verzoeker niet in de woning verbleef en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.