Uitspraak
1..De procedure
en G. Janssen, jurist, allen verbonden aan Antes.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, voormalig patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis, diende een klacht in tegen tijdelijke noodmaatregelen van Antes Zorg B.V. die zijn bewegingsvrijheid beperkten om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De maatregelen betroffen een algemeen besluit dat voor alle patiënten gold, waarbij het verlaten van de afdeling zonder begeleiding niet was toegestaan.
De klachtencommissie verklaarde de klacht niet-ontvankelijk omdat het bestuursbesluit geen individuele vrijheidsbeperkende maatregel betrof zoals bedoeld in artikel 41 lid 1 Wet Pro Bopz. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat hij wel ontvankelijk moest worden verklaard omdat de maatregelen zijn individuele vrijheid meer beperkten dan die van anderen.
De rechtbank oordeelde dat de klacht terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het ging om een collectieve maatregel zonder individuele maatregel gericht op verzoeker. De aangehaalde jurisprudentie betrof situaties met individuele vrijheidsbeperkingen, wat hier niet het geval was.
De rechtbank verklaarde de klacht ongegrond, maar wees erop dat verzoeker via een civiele procedure alsnog rechtsbescherming kan zoeken. De klacht werd dus afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid op grond van de Wet Bopz.
Uitkomst: De klacht tegen de tijdelijke coronamaatregelen die de bewegingsvrijheid beperkten is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid.