Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
2..De beoordeling
3..De beslissing
1 juli 2020;
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 20 mei 2020 de arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en VLS ontbonden wegens een zodanig verstoorde arbeidsrelatie dat voortzetting redelijkerwijs niet van verzoekster kan worden gevergd.
Partijen waren het erover eens dat de situatie tussen hen dusdanig verslechterd was dat billijke ontbinding op grond van artikel 7:671c lid 1 BW gerechtvaardigd was. Verzoekster werd geen verwijt gemaakt voor de ontstane situatie. De ontbinding gaat in per 1 juli 2020.
Verder bereikten partijen overeenstemming over een beëindigingsvergoeding van €9.000 bruto, inclusief de transitievergoeding zoals bedoeld in artikel 7:673 BW Pro. Nadere afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting. De kantonrechter wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2020 en VLS betaalt een beëindigingsvergoeding van €9.000 bruto aan verzoekster.