Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Stichting Platform Stop Invasieve Exoten, te Amsterdam, eiseres,
de Minister voor Medische Zorg, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Wat eiseres daar tegenin heeft gebracht kan niet slagen.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Platform Stop Invasieve Exoten verzocht de Minister voor Medische Zorg om handhavend op te treden tegen bedrijven in zestien gemeenten die in 2018 tijgermuggen of gelekoortsmuggen hebben ingevoerd of verspreid. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De stichting stelde dat de Minister niet bevoegd was en dat handhaving op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) mogelijk was zonder dat eerst preventieve maatregelen waren opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet alleen betrekking heeft op de Wpg maar ook op warenwetgeving, waardoor de rechtbank Rotterdam bevoegd is. De rechtbank stelde vast dat handhaving op grond van de Wpg alleen mogelijk is indien eerst preventieve maatregelen zijn opgelegd, zoals voorschriften van technisch-hygiënische aard. Omdat deze preventieve maatregelen ontbraken, was handhaving niet toegestaan en was het beroep kennelijk ongegrond.
Verder werd geoordeeld dat de Minister terecht op het bezwaar heeft beslist en dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit niet bevoegd was om te beslissen. Ook het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Wpg is niet mogelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van handhaving tegen invoer en verspreiding van tijgermuggen en gelekoortsmuggen wordt ongegrond verklaard.