ECLI:NL:RBROT:2020:3818
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken van verzet
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel te verlenen op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, die lijdt aan een depressie en een autismespectrumstoornis, vertoonde suïcidegevaar, wat aanleiding gaf tot de crisismaatregel.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene, zijn advocaat en twee medisch specialisten werden gehoord, bleek dat betrokkene inmiddels op de open afdeling verbleef en instemde met zijn behandeling en verblijf. Er was zicht op een plaatsing in een beschermde woonvorm, waardoor het perspectief op verbetering aanwezig was.
Omdat betrokkene geen verzet tegen de zorg toonde, zoals vereist volgens artikel 1:4 Wvggz Pro, kon niet worden voldaan aan de criteria voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank besloot daarom het verzoek af te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd afgewezen wegens het ontbreken van verzet tegen zorg.