ECLI:NL:RBROT:2020:2863
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die sinds anderhalf jaar door zijn dochter werd verzorgd maar door verslechtering van zijn geestelijke gezondheid niet meer thuis kon blijven. De crisismaatregel werd opgelegd vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege de coronamaatregelen, werden betrokkene, zijn psychiater, arts in opleiding en advocaat gehoord. De rechtbank concludeerde dat het gedrag van betrokkene vermoedelijk wordt veroorzaakt door een combinatie van een gedragsstoornis, cognitieve stoornis en parkinsonistische klachten, met mogelijke dementie en delier.
De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname in een instelling. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld en de machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 17 april 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 17 april 2020.