ECLI:NL:RBROT:2020:2295
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht door gokactiviteiten
Eiser ontvangt sinds 2014 een bijstandsuitkering en werd in het kader van een heronderzoek geconfronteerd met een terugvordering van €7.737,55 over de periode maart 2018 tot januari 2019 vanwege niet gemelde gokactiviteiten. Verweerder stelde vast dat eiser regelmatig in casino's geld had gepind en fiches had verkregen, wat duidt op gokactiviteiten.
Eiser betwistte dat hij gegokt had en stelde dat de transacties marginaal waren en bedoeld voor consumpties voor vrienden. De rechtbank oordeelde echter dat het feit dat fiches werden verkregen en meerdere transacties op dezelfde dag plaatsvonden, wijzen op daadwerkelijk gokken. Eiser heeft zijn stelling onvoldoende onderbouwd.
Volgens vaste rechtspraak moet gokken worden gemeld omdat het kan leiden tot inkomsten. Door dit niet te melden, heeft eiser zijn inlichtingenplicht geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Verweerder was daardoor gerechtigd de bijstand te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.