Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin haar moeder als toeslagpartner werd aangemerkt omdat zij volgens de BRP op hetzelfde adres stonden ingeschreven. Dit had gevolgen voor de berekening van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.
Eiseres stelde dat haar moeder het adres slechts als postadres gebruikte en feitelijk in een vakantiewoning verbleef. Ter onderbouwing leverde zij een verblijfticket en een e-mail over verlenging van de huur van het vakantiehuis aan. De rechtbank oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over de juistheid van de BRP-inschrijving, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Belastingdienst binnen twee maanden een nieuwe beslissing moet nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.