Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam veroordeelde] (hierna: de veroordeelde),
- het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geschat op € 274.068,73; en
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel van € 274.068,73.
2.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd op 30 mei 2014 en 10 juni 2014.
Standpunt verdediging
Beoordeling
1.435,27
239.506,91
274.068,73
€ 272.084,74.
€ 272.084,74 (zegge: tweehonderdtweeënzeventig duizend en vierentachtig euro en vierenzeventig eurocent);
€ 272.084,74 (zegge: tweehonderdtweeënzeventig duizend en vierentachtig euro en vierenzeventig eurocent);