ECLI:NL:RBROT:2020:13181
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens ontbreken deskundigenverklaring en onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
De werknemer trad op 1 mei 2018 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 5 maart 2019 meldde hij zich ziek en vertrok op 14 maart 2019 naar Thailand voor behandeling van verslavingsproblematiek in een kliniek. De werkgever stelde dat door het vertrek naar het buitenland de arbodienst geen medisch onderzoek kon verrichten, waardoor de loonbetalingsverplichting werd opgeschort vanaf 15 maart 2019 tot het einde van het dienstverband op 30 april 2019.
De werknemer vorderde betaling van loon over deze periode, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De werkgever voerde verweer dat geen deskundigenverklaring was overgelegd zoals vereist op grond van artikel 7:629a lid 1 BW, en dat de werknemer zijn verplichtingen tot medewerking aan re-integratie had geschonden door het vertrek naar Thailand.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een deskundigenverklaring in beginsel tot afwijzing van de loonvordering leidt, tenzij het redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd deze te overleggen. De werknemer had aannemelijk gemaakt dat het UWV zijn aanvraag niet in behandeling nam vanwege zijn verblijf in het buitenland en het beëindigen van het dienstverband. Daarom werd hij ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Echter, de door de werknemer overgelegde verklaring van zijn behandelend arts vermeldde wel de stoornissen en het behandeladvies, maar gaf geen duidelijkheid over zijn arbeidsongeschiktheid in de gevorderde periode. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat hij recht had op loonbetaling over die periode. De vordering werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht was vastgesteld.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens ontbreken van een deskundigenverklaring en onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.