Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..Overwegingen
€ 474,75
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft een kort geding aangespannen om gedaagde te veroordelen de woning binnen 24 uur te verlaten. Kort voor de zitting heeft eiser de zaak ingetrokken om te proberen in onderling overleg tot een oplossing te komen. Gedaagde heeft vervolgens verzocht om proceskostenvergoeding, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het kort geding noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter overweegt dat de intrekking voor risico van eiser komt en dat eiser daarom als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd. De proceskosten worden begroot volgens het liquidatietarief, waarbij een vergoeding voor het salaris van de advocaat van gedaagde en het griffierecht worden toegekend.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op €557,75.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten na intrekking van het kort geding wegens onvoldoende noodzaak.