In deze kortgedingprocedure vordert een vennoot in privé schadevergoeding en betaling van een factuur voor liftreparatie van de verhuurder van een bedrijfsruimte. De bedrijfsruimte wordt geëxploiteerd door een vennootschap onder firma (vof) waarvan eiser vennoot is. De lift, essentieel voor de toegang tot het restaurant, viel uit waardoor het restaurant moest sluiten.
Eiser stelt dat de verhuurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat daardoor schade is ontstaan. De verhuurder voert aan dat de vordering door eiser in privé is ingesteld terwijl de schade door de vof is geleden, en dat eiser niet namens de vof optreedt. De rechtbank overweegt dat een vennoot die in privé optreedt niet namens de vof kan procederen zonder dat dit kenbaar is gemaakt, en dat dit geen vergissing betreft. Daarom is eiser niet de juiste procespartij.
Daarnaast betwist de verhuurder de factuur voor de liftreparatie en beroept zich op verrekening wegens een vonnis waarbij eiser en vof hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling aan verhuurder. De rechtbank oordeelt dat het beroep op verrekening gegrond is omdat de vordering eenvoudig kan worden vastgesteld.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.