ECLI:NL:HR:2000:AA7044
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot instellen van rechtsvorderingen door ontbonden vennootschap onder firma
In deze zaak vorderde Cento Nederland betaling van een bedrag van ƒ 18.563,24 van Cento en een vennoot, [verweerder 2]. De rechtbank verklaarde de vordering niet-ontvankelijk omdat de procedure niet gezamenlijk door de vennoten was ingesteld, wat werd bekrachtigd door het hof. Cento Nederland stelde beroep in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 3:170 BW Pro het beheer van de gemeenschap, waaronder het instellen van rechtsvorderingen, door de vennoten gezamenlijk moet worden uitgeoefend. Artikel 3:171 BW Pro biedt weliswaar de mogelijkheid dat een deelgenoot namens de gemeenschap een rechtsvordering instelt, maar dit betreft alleen vorderingen tegen derden, niet tegen medevennoten. De vordering in deze zaak was gericht tegen medevennoten, zodat deze bepaling niet van toepassing is.
Het hof had terecht geoordeeld dat de vordering niet ontvankelijk was omdat Cento Nederland niet bevoegd was zelfstandig te procederen. Verder werd bevestigd dat betaling aan een deelgenoot kan worden betrokken in de verdeling van de gemeenschap. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde Cento Nederland in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Cento Nederland niet bevoegd was zelfstandig te procederen namens de ontbonden vennootschap onder firma.