Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de inleidende dagvaarding van 7 november 2019, met producties 1 tot en met 29;
- de brief van [eiseres] van 18 november 2019, met producties 30, 31 en 32;
- de brief van [gedaagde] van 21 november 2019 houdende een verzoek tot wraking van de kantonrechter;
- de beslissing van de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam van 28 november 2019, waarbij het verzoek tot wraking is afgewezen en bepaald is dat een volgend wrakingsverzoek van [gedaagde] in de onderhavige procedure niet in behandeling wordt genomen;
- de brief van [eiseres] van 29 november 2019 met het verzoek om de mondelinge behandeling zo spoedig mogelijk te laten plaatsvinden;
- de brief van de rechtbank van 16 december 2019, waarbij aan [eiseres] is meegedeeld dat de datum van de mondelinge behandeling is bepaald op 13 januari 2020 te 15:00 uur en dat [gedaagde] bij exploot dient te worden opgeroepen voor 3 januari 2020;
- de dagvaarding van 30 december 2019, met producties 1 tot en met 33;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling, met de bij die gelegenheid door de gemachtigden van partijen overgelegde pleitnota’s, alsmede de door [gedaagde] overgelegde stukken houdende een door hem ingestelde tegenvordering.