ECLI:NL:RBROT:2020:10142

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2020
Publicatiedatum
10 november 2020
Zaaknummer
8481320 CV EXPL 20-12866
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over faillissement en verificatie van geldvordering

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een geldbedrag wegens niet geleverde alcoholische dranken door gedaagde. Gedaagde betwist de vordering met het verweer dat eiser zijn betalingsverplichting niet volledig is nagekomen.

Tijdens de procedure is gebleken dat gedaagde op 13 augustus 2019 failliet is verklaard. Omdat het hier een geldvordering betreft die voldoening uit de faillissementsboedel beoogt, kan de vordering niet rechtstreeks tegen gedaagde worden ingesteld maar moet deze worden ingediend bij de curator volgens artikel 26 Faillissementswet Pro.

De rechtbank wijst erop dat het faillissement geen onderdeel van het debat was en geeft eiser de mogelijkheid zich hierover uit te laten bij akte. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat eiser hierop heeft gereageerd. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting waarbij eiser de akte uiterlijk de dag vóór de zitting moet indienen.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en eiser krijgt gelegenheid zich uit te laten over het faillissement en verificatie van de vordering.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8481320 CV EXPL 20-12866
uitspraak: 23 oktober 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats eiser] ,
eiser,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die procedeert in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 17 januari 2020, met bijlagen;
het mondelinge antwoord van [gedaagde] d.d. 13 juni 2020;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..Het geschil

2.1
[eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 14.508,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.914,- vanaf 1 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.
2.2
Het gevorderde bedrag van € 14.508,41 bestaat uit € 11.914,- aan hoofdsom, € 1.081,91 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.512,50 ter zake juridische bijstand.
2.3
[eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Partijen hebben een koopovereenkomst met elkaar gesloten inzake de levering van alcoholische dranken. [gedaagde] heeft de producten niet geleverd en is daardoor tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. [gedaagde] is daarom verplicht de schade te vergoeden die [eiser] heeft geleden.
2.4
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiser] . Hij voert daartegen – kort gezegd – aan dat hij de producten niet heeft geleverd omdat [eiser] zijn betalingsverplichting niet volledig is nagekomen.

3..De beoordeling

3.1
Gebleken is dat [gedaagde] per 13 augustus 2019 failliet is verklaard. Het betreft in deze zaak een geldvordering die voldoening uit de boedel ten doel heeft. De vordering kan daarom in beginsel niet tegen [gedaagde] worden ingesteld, maar moet ter verificatie worden ingediend bij de curator (zie artikel 26 Fw Pro). Dat zou betekenen dat [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk is.
3.2
[eiser] wordt eerst in de gelegenheid gesteld zich over het voorgaande uit te laten, nu het faillissement van [gedaagde] geen onderdeel van het debat is geweest.
3.3
Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium aangehouden.

4..De beslissing

De kantonrechter
:
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag
17 november 2020alwaar [eiser] zich bij akte mag uitlaten over het voorstaande;
wijst [eiser] erop dat de akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn;
wijst [eiser] erop dat hij ook op grond van een tijdelijke regeling een e-mailbericht mag sturen aan
kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416