Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
- € 292.074,85 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente bedoeld in artikel 6:119a BW te berekenen met ingang van 16 juni 2016; en
- € 98.156,70 te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW Pro te berekenen met ingang van 22 maart 2017.
- tot vergoeding van de schade die Proton lijdt of heeft geleden doordat FB is tekortgeschoten in de nakoming van haar overeengekomen verbintenissen door de voor rekening van FB komende punten op de bij de voorlopige oplevering (“mechanical completion”) opgestelde B-lijst (hierna: de B-lijst) niet (tijdig) uit te voeren (rov. 3.11.1-4); en
- tot vergoeding van de schade die Proton lijdt of heeft geleden doordat FB bij de levering dan wel installatie van pijpleidingwerk is tekortgeschoten in de nakoming van haar overeengekomen verbintenissen door na te laten bij flensverbindingen voldoende sluitringen en voldoende vet toe te passen, waardoor ernstige lekkages zouden zijn opgetreden (rov. 3.11.6);
- dat [naam 1] een kostenoverzicht d.d. 12 september 2019 heeft opgesteld (productie 26 van Proton);
- dat facturen door [naam 1] zijn voldaan (productie 27 van Proton);
- dat Proton diverse aansprakelijkstellingen van [naam 1] heeft ontvangen;
- dat de schade als gevolg van de lekkages niet wordt gedekt onder de door Proton voor het project gesloten CAR-verzekering.
- griffierecht € 3.894,00
- beslagkosten € 1.037,58
- dagvaardingskosten € 79,81
- salaris advocaat
3.De beslissing
- € 292.074,85 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente bedoeld in artikel 6:119a BW te berekenen met ingang van 16 juni 2016; en
- € 98.156,70 te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW Pro te berekenen met ingang van 22 maart 2017; en
- € 4.714,00 te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW Pro te berekenen met ingang van 29 december 2016;