Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 november 2019 in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep van eiseres ongegrond;
- verklaart het beroep van eisers ongegrond.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 november 2019 meervoudige bestuursrechtzaken over de toekenning van bijstand aan een verzorgende oma en haar kleinkinderen. De primaire besluiten van 5 juli 2018 weigerden bijstand aan de kinderen en kende alleen aan de oma bijstand toe vanaf 31 mei 2018. De oma en kinderen maakten bezwaar en beroep tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen aan de oma vanaf november 2017, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij eerder een aanvraag kon indienen. De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak dat terugwerkende bijstand alleen wordt toegekend bij bijzondere omstandigheden, die hier ontbraken. Wel werd aan de twee oudste kinderen ambtshalve bijstand toegekend vanaf 27 november 2017 tot 24 mei 2018.
De beroepen van de kinderen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, nu aan de oma bijstand was toegekend. Ook de vordering tot verhoging van de norm voor de kinderen werd afgewezen. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en stelde dat tegen dit vonnis hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de verzorgende oma en de kinderen wordt ongegrond verklaard en de beroepen van de kinderen niet-ontvankelijk.