Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 21 augustus 2019;
- het oproepingsexploot van 25 september 2019.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad op 14 maart 2019 in dienst bij de werkgever als beveiliger voor bepaalde tijd tot 31 december 2019. Op 27 juni 2019 werd hij op staande voet ontslagen wegens vermeende gedragingen die hij betwistte. De werknemer stelde dat het ontslag onterecht was en dat de werkgever in strijd met de wet had gehandeld.
De werkgever verscheen niet tijdens de zittingen, waardoor de kantonrechter uitging van de juistheid van de stellingen van de werknemer dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Hierdoor was het ontslag onregelmatig en niet rechtsgeldig.
De kantonrechter kende een billijke vergoeding toe van € 2.000,00 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daarnaast werd een vergoeding toegekend gelijk aan het loon over de opzegtermijn van één maand, inclusief vakantietoeslag. Ook werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van salarisspecificaties en betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding, loonvergoeding over de opzegtermijn, verstrekking van salarisspecificaties en betaling van kosten.