Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Eiser sloot een huurovereenkomst met een verhuurder waarbij Woningverhuur Rotterdam als contactpersoon optrad en bemiddelingskosten in rekening bracht. Eiser betaalde deze kosten, maar vorderde later terugbetaling omdat sprake was van dubbele lastgeving, waardoor hij deze kosten niet verschuldigd was.
Woningverhuur Rotterdam betwistte het bestaan van een bemiddelingsovereenkomst met de verhuurder en stelde zich op het standpunt dat de vordering verjaard was. De kantonrechter oordeelde dat er wel degelijk dubbele lastgeving was, omdat Woningverhuur Rotterdam ook namens de verhuurder handelde, onder meer door het plaatsen van de woning op een website en het regelen van bezichtigingen.
De verjaring werd verworpen omdat de vordering tijdig was gestuit. Het beding tot betaling van de bemiddelingskosten werd als nietig beoordeeld op grond van artikel 7:264 lid 2 BW Pro. De kantonrechter veroordeelde Woningverhuur Rotterdam tot terugbetaling van de bemiddelingskosten, een wettelijke rente vanaf 7 november 2015 en een gemaximeerd bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede proceskosten.
Uitkomst: Woningverhuur Rotterdam is veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde bemiddelingskosten en incassokosten met rente en proceskosten.