ECLI:NL:RBROT:2019:6755
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering benoeming lid belanghebbendenorgaan pensioenfonds wegens onvoldoende geschiktheid
Eiser was door Stichting Algemeen Pensioenfonds voorgedragen als lid van het belanghebbendenorgaan van een pensioenkring. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft na toetsing besloten niet in te stemmen met deze benoeming wegens onvoldoende (basis)kennis op het pensioengebied. Eiser stelde dat hij wel voldoende kennis en ervaring had, maar de rechtbank oordeelde dat hij op vrijwel alle relevante deskundigheidsgebieden onvoldoende inhoudelijke antwoorden kon geven en zijn kennis verouderd was.
DNB baseerde haar oordeel op een toetsingsgesprek, schriftelijke informatie, zienswijzen en referentiegesprekken. De verkiezingsuitslag en de bereidheid van eiser om een opleiding te volgen konden het oordeel over zijn geschiktheid niet veranderen. De functie waarvoor eiser was voorgedragen was inmiddels ingevuld, maar de rechtbank achtte het beroep toch ontvankelijk vanwege het belang van effectieve rechtsbescherming.
De rechtbank concludeerde dat DNB in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet in te stemmen met de benoeming en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van DNB om niet in te stemmen met zijn benoeming is ongegrond verklaard.