ECLI:NL:RBROT:2019:6732
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindbeslissing
Op 24 juni 2019 heeft de rechter in een procedure betreffende het verlenen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op een onroerende zaak een eindbeslissing genomen. Vervolgens diende verzoeker op 16 augustus 2019 een wrakingsverzoek in tegen de behandelende rechter, mr. A.F.L. Geerdes.
De rechtbank overweegt dat wraking alleen mogelijk is zolang de rechter de zaak nog behandelt, omdat het doel is te verzekeren dat een rechter die mogelijk vooringenomen is, niet langer bij de zaak betrokken blijft. Aangezien de rechter op het moment van het wrakingsverzoek de zaak reeds had afgerond met een eindbeslissing, was het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat het in het wrakingsverzoek genoemde andere zaaknummer betrekking heeft op een procedure bij een andere rechter, waardoor ook daarvoor geen grond voor wraking bestaat.
De rechtbank wijst het wrakingsverzoek daarom af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, conform het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na de eindbeslissing is ingediend.