Eiser, geboren in Marokko en sinds 1970 in Nederland, heeft het Nederlanderschap door optie aangevraagd. Verweerder weigerde dit op grond van een verschil in geboortedatum tussen het verstrekte Marokkaanse paspoort en de Nederlandse basisregistratie personen (brp), wat volgens verweerder twijfel aan de identiteit zou geven.
Eiser had eerder geprobeerd zijn geboortejaar in de Nederlandse administratie te wijzigen op basis van een Marokkaans vonnis, maar dit werd afgewezen wegens gebrek aan betrouwbare gegevens. De rechtbank stelt vast dat ondanks het verschil in geboortedata in documenten geen twijfel bestaat aan de identiteit van eiser.
De rechtbank volgt verweerder niet in zijn formele toetsing en oordeelt dat de materiële juistheid van de persoonsgegevens zwaarder moet wegen dan de formele brp-toets. De eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak staat de toekenning van het Nederlanderschap niet in de weg, omdat het toetsingskader verschilt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en draagt verweerder op het Nederlanderschap te bevestigen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.