ECLI:NL:RBROT:2019:4926

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 juni 2019
Publicatiedatum
20 juni 2019
Zaaknummer
ROT 18/4517
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelenArt. 5 Verordening (EG) 852/2004Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete opgelegd wegens overschrijding microbiologische richtwaarde in pastamonster

Op 16 maart 2018 is tijdens een inspectie in het restaurant van eiseres een pastamonster genomen dat de microbiologische richtwaarde overschreed. Naar aanleiding hiervan heeft de Minister voor Medische Zorg een bestuurlijke boete van €525 opgelegd wegens overtreding van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen.

Eiseres voerde aan dat de overtreding het gevolg was van een misslag van een medewerker en dat de controle op de dag van de inspectie vanwege een verbouwing niet had plaatsgevonden. Tevens stelde zij dat het besluit onbevoegd was genomen en dat zij ten onrechte niet gehoord was in bezwaar. Ook zou in het dictum van de beslissing op bezwaar niet vermeld zijn dat het bezwaar kennelijk ongegrond was.

De rechtbank oordeelde dat eiseres verantwoordelijk blijft voor naleving van wet- en regelgeving, ongeacht de misslag. De bevoegdheid van de Minister voor Medische Zorg werd bevestigd aan de hand van jurisprudentie en portefeuilleverdeling. Het horen in bezwaar kon achterwege blijven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Verder is in de Algemene wet bestuursrecht niet vereist dat het dictum vermeldt dat het bezwaar kennelijk ongegrond is.

De boete is terecht opgelegd en matiging is niet aan de orde, ondanks de eerste overtreding in 25 jaar en de misslag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €525 wegens overschrijding van de microbiologische richtwaarde wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 18/4517

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2019 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [vestigingsplaats eiseres] , eiseres,

gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen,
en

de Minister voor Medische Zorg, verweerder,

gemachtigden: mr. S.W.A.M.M. de Lauw en mr. I.C.M. Nijland.

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 29 juni 2018 (het primaire besluit), waarbij aan eiseres een boete is opgelegd van € 525,- wegens overtreding van hygiënevoorschriften, ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Op 27 maart 2018 hebben twee toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een rapport van bevindingen opgemaakt naar aanleiding van een inspectie op 16 maart 2018 in het restaurant [naam eiseres] aan de [vestigingsadres eiseres] te [vestigingsplaats eiseres] . In dat rapport is geconstateerd dat de microbiologische richtwaarde van een in het restaurant genomen (pasta)monster is overschreden.
2. Verweerder heeft op grond van deze bevindingen een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, in samenhang met artikel 5, eerste lid, van de Verordening (EG) 852/2004, omdat de microbiologische richtwaarde van het genomen monster, opgenomen in de voor dit bedrijf geldende hygiënecode, is overschreden. In bezwaar is de boete gehandhaafd.
3. Eiseres heeft aangevoerd dat sprake is van een misslag van een medewerker en dat de - in het restaurant elke avond uitgevoerde - controle op de dag van de inspectie niet had plaatsgevonden in verband met een verbouwing. In de 25 jaar dat het restaurant bestaat is dit de eerste maal dat iets mis is gegaan. Gelet daarop had verweerder moeten volstaan met een waarschuwing. Verder is volgens eiseres het bestreden besluit onbevoegd genomen. Ook is eiseres van mening dat zij ten onrechte niet gehoord is in bezwaar. Ten slotte is volgens eiseres ten onrechte in het dictum van de beslissing op bezwaar niet vermeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond is.
4. Eiseres heeft de inhoud van het rapport van bevindingen niet betwist. De stelling van eiseres dat de overtreding waarschijnlijk is veroorzaakt door een misslag van een medewerker en dat de dagelijkse controle in het restaurant op de dag van de inspectie niet was gedaan vanwege een verbouwing, neemt daarnaast niet weg dat eiseres verantwoordelijk is voor het voldoen aan de wet- en regelgeving, waaronder de Warenwet en het Warenwetbesluit.
5. Naar het oordeel van de rechtbank zijn het primaire besluit en het bestreden besluit bevoegd genomen. Uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 2001, AB 2001, 352, en 12 september 2002, JB 2002/325, volgt dat, als uit een departementale indeling een andere bevoegde bewindspersoon blijkt dan uit de wet zelf, dat niet afdoet aan de bevoegdheid van die andere bewindspersoon. Verder blijkt uit de door het Kabinet Rutte III gemaakte portefeuilleverdeling dat voor toezicht op de voedselkwaliteit en NVWA de Minister voor Medische Zorg de bevoegde minister is. De beroepsgrond van eiseres dat het primaire en het bestreden besluit onbevoegd genomen zijn, kan dan ook niet slagen.
6. Met betrekking tot de stelling van eiseres dat zij in bezwaar ten onrechte niet is gehoord, overweegt de rechtbank dat uitgangspunt is dat van horen mag worden afgezien indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend oordeel (CBb 21 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:101). Aan deze voorwaarde is naar het oordeel van de rechtbank voldaan. Net als in beroep bevat het bezwaarschrift geen gemotiveerde betwisting van de overtreding. De bezwaren van eiseres lieten verweerder ook niet twijfelen aan de toerekenbaarheid van de overtreding. Gelet daarop was het bezwaar kennelijk ongegrond en kon verweerder van het horen afzien.
7. Ten aanzien van de grond van eiseres dat verweerder ten onrechte in het dictum van het bestreden besluit niet heeft vermeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond wordt verklaard, overweegt de rechtbank dat in de Algemene wet bestuursrecht niet is bepaald dat, wanneer het bezwaar kennelijk gegrond is, dat ook in het dictum van de beslissing op bezwaar vermeld moet worden. Gelet daarop kan ook deze beroepsgrond van eiseres niet slagen.
8. De overtreding is dus komen vast te staan en verweerder was bevoegd eiseres voor de overtreding een bestuurlijke boete op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Verweerder heeft de boete met toepassing van het systeem van gefixeerde boetebedragen terecht bepaald op € 525,-. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die tot matiging van de boete aanleiding geven. De omstandigheid dat hier sprake is van een misslag van een medewerker en dat dit in een periode van 25 jaar exploitatie de eerste overtreding is, is niet een bijzondere omstandigheid die tot matiging van de boete aanleiding geeft. Gelet op de aard van de overtreding heeft verweerder kunnen besluiten niet met een waarschuwing te volstaan.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter, in aanwezigheid van
mr. I. Geerink-van Loon, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 juni 2019.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij College van Beroep voor het bedrijfsleven.